• hlb_03

    hlb_03

  • hlb_04

    hlb_04

  • hlb_01

    hlb_01

  • hlb_02

    hlb_02

rassenkeuzetoetsHLB voert al jaren als een van de weinige laboratoria de z.g. AM rassenkeuzetoets uit. Dit is een toets waarbij de virulentie van aardappelcystenaaltjes op een praktische en betaalbare manier in beeld wordt gebracht. Door de cystenvermeerdering op diverse aardappelrassen te meten, kan worden voorspeld welke aardappelrassen wel en niet geschikt zijn voor het betreffende perceel waar de cysten uitgehaald zijn. Vroeger werd de toets direct uitgevoerd in de grond van het perceel, omdat de AM populaties meestal in hoge dichtheden en egaal verdeeld over het perceel voorkwamen. Door het gebruik van resistente rassen zijn de hoge en egale besmettingen sterk afgenomen en zijn de cysten (gelukkig) vaak schaars. Een directe toets in de grond van het perceel is in zo’n geval minder betrouwbaar. Tegenwoordig worden weer nieuwe haarden aangetroffen met virulente AM populaties die zich toch hebben kunnen vermeerderen. Door deze haarden gericht te monsteren en de (vaak weinige) cysten te verzamelen en in potgrond te toetsen kan juist een heel betrouwbaar beeld worden gegeven van het actuele virulentieniveau en kan een uitspraak worden gedaan over de aardappelrassen die nog effectief zijn voor het terugdringen van de besmetting. Ook pootgoedtelers die na de teelt van vatbare rassen een nieuwe haard in beeld hebben gebracht, kunnen vaak voldoende cysten met levende larven verzamelen voor de rassenkeuzetoets en aan de hand van de uitslag nog op tijd maatregelen treffen.


Hoe gaat de rassenkeuzetoets nu precies in z´n werk. De cysten worden op het laboratorium van HLB uit de grond gehaald en opengebroken, waarna de vrijgekomen larven in gelijke aantallen in kleine potjes met potgrond worden geïnjecteerd. In elk potje wordt vervolgens een klein knolletje van een bepaald ras gepoot en na een aantal weken worden de nieuwe cysten langs de wand van het potje met het blote oog geteld. Er worden verschillende resistente rassen gepoot en het aantal nieuwe cysten op deze rassen wordt vergeleken met het aantal cysten op het vatbare ras (bijvoorbeeld Bintje). Met deze toets kan worden bepaald welke rassen een vermeerdering geven en daarom ongeschikt zijn en van welke rassen wel een bestrijdingseffect kan worden verwacht. Met deze gegevens kunnen telers flinke tijdwinst maken in hun bestrijdingsstrategie.
In de praktijk blijkt dat AM populaties binnen één bedrijf sterk in virulentie kunnen verschillen. Wat op het ene perceel het meest resistente aardappelras is, kan op een naastgelegen perceel wel helemaal verkeerd zijn. Als op een perceel  een ras wordt gebruikt dat niet of onvoldoende resistent is tegen de aanwezige AM populatie, kost het jaren (en veel geld) om de besmetting  weer binnen de perken te krijgen.
Hoe kan een rassenkeuzetoets worden aangevraagd: de toetsen worden vanaf eind januari tot begin mei op het HLB laboratorium ingezet. Het is belangrijk dat ruim voor dit tijdstip de grond met cysten wordt aangeleverd. Dit betekent dat er snel moet worden gehandeld om nog in aanmerking te komen voor een toets. Als bekend is waar de haard of zware besmetting zich bevindt is het raadzaam om nu zo snel mogelijk een emmer besmette grond te verzamelen en naar HLB te sturen.
Er kunnen 7 rassen worden aangemeld voor de toets. Voor rassen die bij HLB niet voorradig zijn moeten kleine knolletjes (maat 25/28) worden meegeleverd.  Deze rassen kunnen dan in de rassenkeuzetoets worden opgenomen.
De ervaring leert dat de meeste AM populaties op grond van het rassenkeuzeadvies sterk worden gereduceerd!

Het Hilbrandslaboratorium (HLB) in Wijster signaleert steeds meer diversiteit in aardappelziekten in de ontvangen diagnosemonsters. Vorig jaar vond het laboratorium o.a. meer krenterigheidsvirus (PAMV), maar ook meer tabaksnecrosevirus (TNV), PMTV en TRV.

 

Lees hier het originele artikel uit Akkermagazine april 2013

SpaakwielbemesterHLB BV en Proeftuin Zwaagdijk voerden het project “N-systemen in wintertarwe” uit in opdracht van Productschap Akkerbouw in de periode 2010-2012. Doelstelling van het project was het bepalen van het effect van nieuwe (potentiële) stikstofhoudende meststoffen op de opbrengst en kwaliteit van wintertarwe.

Een optimale stikstofopname in wintertarwe is van belang voor een vlotte en regelmatige gewasontwikkeling en heeft direct invloed op de korrelopbrengst. Men kan kiezen tussen minerale N-meststoffen of meststoffen van dierlijke oorsprong. Het aanbod van meststoffen van dierlijke oorsprong, zoals digestaat, of producten bewerkt door industriële mestscheidingsinstallatie of afkomstig van luchtwassers (spuiwater), is in de afgelopen jaren toegenomen. De vraag is wat het effect is van deze producten als stikstofbemesting op de teelt van wintertarwe. De producten worden vergeleken met de gangbare bemesting zoals KAS of KAS+varkensdrijfmest. Daarnaast werd ook NTS opgenomen, waarbij het uitvoeren van een eenmalige of gedeelde gift werd getoetst.

Wanneer er vragen zijn kunt u contact opnemen met Winda Veldman 0593-582830 of via het contactformulier.

 

Lees hier de resultaten en conclusies in de samenvatting.

 

Lees hier het rapport N-systemen in wintertarwe.

 

Lees hier het artikel uit Boerderij.

 

Lees hier het artikel uit Nieuw Oogst.

HLB is opzoek naar een onderzoeker/projectleider plant- en bodemgezondheid.

Vorige week heeft HLB deelgenomen aan een internationaal symposium over BioBased Economy.

De bewustwording over de eindigheid van fossiele grondstoffen is doorgedrongen in alle sectoren van de economie. Grondstofbedrijven, chemie, food en feed, iedereen is bezig met het zoeken naar mogelijkheden en oplossingen om met name olie te kunnen vervangen. Op het symposium waren daarnaast veel universiteiten, overheid en onderzoeks- en kennisinstituten zoals HLB aanwezig om contacten te leggen om uiteindelijk tot samenwerkingsverbanden te komen om innovaties te ontwikkelen. Het was een zeer internationaal gezelschap en feit is dat Europa niet voorop loopt in de ontwikkeling van biobased producten en oplossingen.
Wellicht was voorheen de visie dat Biobased Economy vooral iets was voor landen als Amerika en Brazilië. Vandaag de dag is er wel degelijk een bewustwording gekomen dat Biobased Economy vooral ook lokaal  ontwikkeld moet worden en dat het niet alleen gaat om het maken van biobased producten maar ook over het (slim) hergebruiken van reststromen.
Wanneer biomassa niet alleen meer voor voedsel en non-food producten gebruikt gaat worden maar ook ter vervanging van fossiele grondstoffen zal dit een grote aanspraak doen op het beschikbare landbouwareaal. Hoe kan biomassaproductie voor de Biobased Economy toch een plek krijgen in dit spanningsveld?
- Opbrengstverhoging.
- Alles gebruiken en niets weggooien.
- Wat je gebruikt voorde de hoogst mogelijke waarde gebruiken. Bijvoorbeeld geen
   producten verbranden die je ook kunt eten of als veevoer kunnen dienen.
- Tegen zo laag mogelijke kosten werken.
- Slimme combinaties maken.

 

Er liggen dan ook grote kansen voor de primaire sector om een belangrijke rol te spelen in Biobased Economy.
Helaas was  de primaire sector zelf niet vertegenwoordigd op het symposium. 

Laatste Tweets

HLBbv RT @Boerenbusiness: Minister Schouten gaat haar best doen voor de voortzetting van Stichting @StVeldleeuwerik. #akkerbouw https://t.co/R3E5
HLBbv RT @Dacom: Wil jij aan de slag met loofdoden op basis van satellietbeelden? Neem dan deel aan onze precisielandbouwstudiegroep! Klik hier h…
HLBbv Met het hart op de juiste plaats en overweldigende steun van burgers heeft landbouw in verbondenheid vandaag laten… https://t.co/oE5rUFudCJ

 

 

   
© 2012 - Designed by CommPro Automatisering