• hlb_03

    hlb_03

  • hlb_04

    hlb_04

  • hlb_01

    hlb_01

  • hlb_02

    hlb_02

"Meer dan 80% van de akkerbouwpercelen in Nederland is besmet met schadelijke aaltjes. Naast cystenaaltjes worden in 60 tot 70% van de zand- en zavelpercelen ook vrijlevende aaltjes gevonden", meldt Egbert Schepel, onderzoeker aaltjes akkerbouw bij HLB. "Het risico op aaltjesschaade in consumptieaardappelen ligt dus altijd op de loer. Alleen door vooraf te monsteren en aan de hand van de uitslagen de juiste maatregelen te nemen, is de schade sterk te beperken."

 

Lees het origineel in Aanpakken! feb 2013.

Ditylenchus dipsaciEr komen steeds meer meldingen van stengelaaltjes op zwaardere grond. Dat is een zorgelijke situatie en een lastig probleem, omdat je het aaltje niet meer kwijt raakt, zegt teelttechnisch adviseur Geert Horlings van HLB Research en Consultancy.

Het stengelaaltje kan met name in de uien veel schade veroorzaken. ‘Als je het aaltje eenmaal op je perceel hebt, adviseren wij daar geen uien meer te telen. Dat is wel eens een vervelende boodschap, maar er zijn op dit moment geen mogelijkheden om het aaltje te bestrijden.’

Lees verder

studiecl2Het studiegroep seizoen gaat weer van start. Ook dit jaar gaan we weer diverse studiegroepen begeleiden op het gebied van AM  en vrijlevende aaltjes.
Samenwerking
In samenwerking met aardappelhandelshuizen, waterschappen, toeleveranciers, handel en verwerkende industrie gaan we ook dit jaar verschillende studiegroepen begeleiden door het hele land. Om een inschatting van de te verwachten schade te maken worden er grondmonsters genomen en naar aanleiding van de resultaten wordt een aaltjesbeheersplan opgesteld. In dit plan wordt gekeken naar vruchtopvolging, groenbemesters, schadebeperking, rassenkeuze, granulaatgebruik en perceelkeuze en mogelijke besmetting van Trichodoriden met Tabaksratelvirus.
Doel
Doel is om een goede risico inschatting te maken en door teeltmaatregelen het risico zo veel mogelijk te beperken zodat opbrengstschade en afkeuringen tot een minimum beperkt worden. In studiegroep verband komen de specifieke problemen van verschillende ondernemers aan de orde. Ook worden in het veld de verschillende schadebeelden van aaltjes getoond. Na afloop van het seizoen worden de resultaten behandeld en een nieuw bemonsteringsplan voor het nieuwe seizoen opgesteld.
Wanneer u belangstelling hebt voor deelname aan een dergelijke studiegroep kunt u contact opnemen met HLB of u kunt eens informeren bij uw toeleverancier, aardappelhandelaar of handelshuis;  misschien wordt er al een studiegroep georganiseerd.

 72 ap476439.jpg

Verschillende media laten weten dat HLB een nieuwe App lanceert: PlantCheck.

 

Lees hier de verschillende media berichten

AfbeeldingPAMV3De afgelopen maanden zien we op het laboratorium van HLB een opvallende stijging in het aantal monsters waarin PAMV (PotatoAucubaMosaicVirus) wordt aangetroffen. PAMV wordt ook wel aucubabont, krenterigheid of pseudo-netnecrose genoemd.
In het loof is PAMV te herkennen als geelverkleuringen die makkelijk verward kunnen worden met die van stengelbont (TRV) en zwabbertop (PMTV). Afhankelijk van virusstam en aardappelras kunnen de verschijnselen in het loof erg divers zijn, of zelfs geheel ontbreken. Daarnaast kunnen planten al dan niet misvormd zijn. PAMV veroorzaakt bij sommige rassen necrotische plekken in het knolvlees. Deze knolsymptomen zijn eveneens zeer verschillend en worden vaak verward met een aantasting door TRV, PMTV of Phytoplasma, zie ook onderstaande foto’s 1, 2, 3 en 4. De necrotische plekken nemen tijdens de bewaring toe en dit wordt versneld indien de bewaartemperaturen hoger zijn. Zo is het mogelijk dat bij de oogst nog niks zichtbaar is, maar tijdens het sorteren ineens bruine plekken in knollen aanwezig zijnAfbeeldingPAMV4.AfbeeldingPAMV2

AfbeeldingPAMV1

 

 

 

 

 

 

 

 

Het virus behoort tot de familie van de potexvirussen, waarin onder andere ook PVX, TVX en PlAMV toe behoren. Het virus wordt op non-persistente wijze door bladluizen overgebracht, voornamelijk de groene perzikluis, maar kan ook door contact worden overgebracht door bijvoorbeeld kleding, werktuigen en van plant tot plant. Bij de verspreiding van plant naar plant is de hulp van een helpervirus nodig. Deze helpervirussen blijken voor PAMV altijd afkomstig te zijn uit de familie van de potyvirussen, voorbeelden hiervan zijn PVY en PVA.
Mocht u twijfelen of er in een knol sprake is van PAMV of een ander virus kunt u deze hierop laten onderzoeken bij HLB.

Laatste Tweets

HLBbv RT @TTjarda: Beoordelen op 1,5 m afstand. Als het binnen niet past, dan maar buiten. ⁦@HLBbvhttps://t.co/3wEePXMD7G
HLBbv Gisteravond was de afsluiting van het project PlantValue. Met de relatie tussen #plantgezondheid, #gewaskeuze en (k… https://t.co/kv4C7ywvVJ
HLBbv Morgen zijn we met een stand aanwezig in @t_voorhuys in #Emmeloord op de Peendag, we staan u graag te woord! #peenhttps://t.co/9hBox7ECBR

 

 

   
© 2012 - Designed by CommPro Automatisering