• hlb_03

    hlb_03

  • hlb_04

    hlb_04

  • hlb_01

    hlb_01

  • hlb_02

    hlb_02

Op Potato Europe ontving Janny Peltjes van staatssecretaris Sharon Dijksma de tweede prijs voor het innovatieve PlantCheck.

De Eerste Check heet PlantCheck

PlantCheck is een app waarmee u de kennis van experts met u mee het veld in neemt. Het is een handig hulpmiddel bij het stellen van een snelle diagnose van ziekten, plagen en gebreken. Met PlantCheck fotografeert u symptomen op een plant, bol, wortel of stengel van akkerbouw- en bloembolgewassen. De foto wordt met GPS coördinaten, naam, telefoonnummer en mailadres, verstuurd naar HLB. Onze experts geven op basis van de foto een indicatie van het mogelijke probleem.

Met PlantCheck dingt HLB mee naar de Innovatie Award op Potato Europe en brengt hiermee de advisering naar “The Next Level”.

 

 

Next Level Innovation Award
Ook dit jaar wordt er een Innovation Award uitgereikt aan de organisatie met het meest innovatieve en inventieve product of service met tevens een groot marktpotentieel. Een vakbekwame jury onder leiding van Albert Jan Maat, Voorzitter LTO Nederland, zal bepalen wie er met de prijs vandoor gaat. De verdere jury bestaat uit René van Diepen, NAO; Anton Haverkort, WUR en Jaap Delleman, Aardappelwereld.

De organisatie heeft dit jaar maar liefst 21 (!) inzendingen uit binnen en buitenland mogen ontvangen. Dit is 20% meer dan de vorige editie. De innovaties komen uit de gehele aardappelketen en geven aan dat bedrijven op zoek zijn naar The Next Level.

Uitreiking door Staatssecretaris Sharon Dijksma

De Innovation Award wordt op 11 september om 11 uur uitgereikt op PotatoEurope door staatssecretaris Dijksma. De ceremonie zal plaatsvinden in het restaurant van de beurs. De medaillewinnaars worden op 6 september bekend gemaakt.

PotatoEurope 2013 vindt plaats in Emmeloord op 11 en 12 september en telt ondertussen bijna 250 standhouders uit 15 landen. Meer informatie vindt u op www.potatoeurope.com

Rooien met minimale beschadiging valt lang niet altijd mee. De optimale afstelling van een rooimachine in combinatie met de omstandigheden in het perceel is een kunst op zich.
HLB heeft jarenlange ervaring met het optimaal afstellen van diverse rooimachines en inschuurlijnen. Als hulpmiddel wordt gebruikt gemaakt van een elektronische aardappel. Dit jaar wordt er gewerkt met de nieuwste apparatuur, zodat knelpunten in het traject nog beter in beeld worden gebracht.

 

Tijdens optimaliseren van het rooien en inschuren komen diverse aandachtspunten aan hetlicht:

 

Rooien:
• Matig klapwerk. Zeker bij machines zonder doorvalmatten is goed klapwerk essentieel. Des te meer (lang) loof, des te moeilijker loofintrekrollen er voldoende uit kunnen halen. Dit geeft uiteindelijk vooral problemen op de egelbanden/loofbanden, waar aardappelen te ver mee naar boven rollen of het loof in hopen gaat rollen.
• Slijtage rooibek: De lippen aan het einde van de beitels hangen te ver door. Dit is door oplassen eenvoudig op te lossen.
• Afstelling loofvingers te agressief of juist het tegenovergestelde. Vaak staan de loofvingers afgesteld op de omstandigheden van het seizoen en niet op de omstandigheden in  het perceel. Simpel gezegd wordt er te weinig gevarieerd met de afstelling van de loofvingers. Hier is vaak veel te winnen. In principe moeten de loofvingers zover mogelijk naar achteren worden geplaatst, immers elke knol die tegen een loofvinger stoot loopt een beschadiging op. Komt er te veel loof op de loofmat/egelmat, dan moeten de loofvingers strakker staan. Ook komen we vaak tegen dat de gewichten op de loofvingers op het eind van het steeltje staan. Hierdoor is de weerstand groter, maar ook de beschadigingen. In de praktijk blijkt als dat de gewichten halverwege het steeltje staan dit nooit een probleem is, en meestal ook wel tegen het draaipunt aan kunnen worden gezet.
• Stand loofmat/egelmat te vlak. Hierdoor rollen de aardappelen te ver naar boven waardoor er extra beschadiging optreedt. Draai de loofmat/egelmat zo steil dat het loof net niet gaat rollen.
• Toerental machine te hoog. Meestal kunnen de toerentallen van de aftakas wel (iets) worden verlaagd.
• Toerentallen van egelmatten van verstekrooiers te hoog. Hierdoor ‘stuiteren’ de aardappelen te veel.
• Geen valbrekers in kippers
In de praktijk zien we vaak dat een machine op een ander perceel iets aggresiever is afgesteld vanwege moeilijkere omstandigheden en vervolgens bij een volgend perceel niet weer wordt teruggezet. Continue aandacht voor beperking rooibeschadiging blijft een belangrijk punt.

 

Inschuren:
• Te geringe aardappelstroom op de banden. Des te dikker de aardappelstroom, des te minder beschadiging.
• Valhoogtes van band op band en van de hallenvuller in de hoop te hoog. Vaak blijkt dat de valhoogtes vrij gemakkelijk iets kunnen worden verlaagd.
• Bij de val van de aardappelen op een band komen de knollen terecht op een steunrol onder de band. Dit is eenvoudig op te lossen door de verschillende apparaten van de inschuurlijn net iets anders neer te zetten, zodat de val van de aardappelen tussen de rollen terecht komt. Ook kan in veel gevallen het verwijderen van de rol aan het begin van een band een eenvoudige oplossing zijn.

 

De samenwerking tussen agrobedrijven in Noord Nederland en in het Russische Leningrad Oblast in het kader van Agro Valley loont. 

 

Lees het artikel

 

Tevens is een interview met Rein Munniksma te horen op RTV Drenthe (begint op 34:35):

Fragment RTV Drenthe

HLB voert jaarlijks Phytophthora proeven uit in aardappelen, waarbij enerzijds de werking van nieuwe middelen wordt onderzocht en anderzijds de kracht van bekende middelen kan worden gedemonstreerd. Voor deze proeven moet elk jaar ontheffing worden aangevraagd bij nVWA. Bij de uitvoering mag het gewas namelijk alleen onder strenge condities op kunstmatige manier worden geïnfecteerd, zodat aardappeltelers in de omgeving er geen hinder van ondervinden. Voor het infecteren van de proeven gebruikt HLB eigen gekweekt Phytophthora inoculum. Hiermee wordt een gelijkmatige en beheersbare infectiedruk aangebracht, zodat de middelen onder de gewenste omstandigheden kunnen worden getest. Tot zover lijkt alles onder controle, maar dan vergeten we wel de belangrijke invloed van het weer op het verloop van dergelijke proeven. Daarbij heeft HLB soms net even een andere weersvoorkeur dan de praktijk. De manier waarop HLB de Phytophthora infectie in de proeven aanbrengt is door de jaren heen geperfectioneerd en eigenlijk succesverzekerd. Maar als het weer op het moment van infecteren te warm en te droog is zal de schimmelinfectie niet goed aanslaan, ondanks intensieve beregening. Met het in stand houden van de gewenste infectiedruk is het al niet anders, maar in deze periode kan langdurige nattigheid ook roet in het eten gooien. De infectie grijpt in dat geval te snel om zich heen, waardoor de tijd ontbreekt om de middelen voor langere tijd te volgen. In jaren met lange droge of natte perioden is de uitvoering van Phytophthora proeven een complexe zaak. Dit seizoen waren de omstandigheden bij het infecteren (eind juni) gunstig vanwege de matige temperaturen en voldoende vocht. Hier en daar werden zelfs al spontane infecties aangetroffen (meest stengelphytophthora). Na de kunstmatige infectie brak een relatief droge periode aan, waarin veel moest worden beregend om de druk enigszins in stand te houden. De laatste weken van juli waren zo extreem warm en droog dat het aardappelgewas en de Phytophthora schimmel snel aan vitaliteit verloren. Op een van de locaties was zelfs sprake van bladverbranding (zie foto). De plaatsing van Phytophthora proeven in de maïs gaat verspreiding van schimmelsporen naar de omgeving tegen, maar geeft daarnaast ook extra risico op te hoge temperaturen bij zonnig weer.

 

 

P7260283

 

 

 

 

 

Foto 1. Bladverbranding in Bintje (27 juli 2013).

 

 

Door de intensieve beregening zijn gewas en schimmel door de kritische periode heen gesleept en dankzij de neerslag van de laatste weken (in Drenthe althans) en de matige temperaturen kwam de infectiedruk al snel weer op het gewenste niveau en bleef het gewas ook vitaal genoeg voor een goede proefuitvoer. Mede dankzij deze gunstige weersverandering konden de proeven op tijd en met zeer fraaie resultaten aan het publiek (of aan de collega’s) worden getoond. We zijn (gelukkig maar) altijd nog afhankelijk van de natuur.

P7260296

 

P7260293

 

 

 

Foto 2. Verschil in effectiviteit van toegepaste middelen

Laatste Tweets

HLBbv "Wij hebben hart voor plant- en bodemgezondheid, voor de hele agroketen", aldus onze CEO @JannyPeltjes . Voor ons e… https://t.co/US9aCTSfbW
HLBbv RT @LbThijssen: Curus - precisielandbouw. @Dacom @HLBbv https://t.co/U5BevV5l7H
HLBbv Onze onderzoeker/adviseur Egbert aan het woord! https://t.co/ol4FiHMpC6

 

 

   
© 2012 - Designed by CommPro Automatisering