• hlb_03

    hlb_03

  • hlb_04

    hlb_04

  • hlb_01

    hlb_01

  • hlb_02

    hlb_02

studiecl2Het studiegroep seizoen gaat weer van start. Ook dit jaar gaan we weer diverse studiegroepen begeleiden op het gebied van AM  en vrijlevende aaltjes.
Samenwerking
In samenwerking met aardappelhandelshuizen, waterschappen, toeleveranciers, handel en verwerkende industrie gaan we ook dit jaar verschillende studiegroepen begeleiden door het hele land. Om een inschatting van de te verwachten schade te maken worden er grondmonsters genomen en naar aanleiding van de resultaten wordt een aaltjesbeheersplan opgesteld. In dit plan wordt gekeken naar vruchtopvolging, groenbemesters, schadebeperking, rassenkeuze, granulaatgebruik en perceelkeuze en mogelijke besmetting van Trichodoriden met Tabaksratelvirus.
Doel
Doel is om een goede risico inschatting te maken en door teeltmaatregelen het risico zo veel mogelijk te beperken zodat opbrengstschade en afkeuringen tot een minimum beperkt worden. In studiegroep verband komen de specifieke problemen van verschillende ondernemers aan de orde. Ook worden in het veld de verschillende schadebeelden van aaltjes getoond. Na afloop van het seizoen worden de resultaten behandeld en een nieuw bemonsteringsplan voor het nieuwe seizoen opgesteld.
Wanneer u belangstelling hebt voor deelname aan een dergelijke studiegroep kunt u contact opnemen met HLB of u kunt eens informeren bij uw toeleverancier, aardappelhandelaar of handelshuis;  misschien wordt er al een studiegroep georganiseerd.

AfbeeldingPAMV3De afgelopen maanden zien we op het laboratorium van HLB een opvallende stijging in het aantal monsters waarin PAMV (PotatoAucubaMosaicVirus) wordt aangetroffen. PAMV wordt ook wel aucubabont, krenterigheid of pseudo-netnecrose genoemd.
In het loof is PAMV te herkennen als geelverkleuringen die makkelijk verward kunnen worden met die van stengelbont (TRV) en zwabbertop (PMTV). Afhankelijk van virusstam en aardappelras kunnen de verschijnselen in het loof erg divers zijn, of zelfs geheel ontbreken. Daarnaast kunnen planten al dan niet misvormd zijn. PAMV veroorzaakt bij sommige rassen necrotische plekken in het knolvlees. Deze knolsymptomen zijn eveneens zeer verschillend en worden vaak verward met een aantasting door TRV, PMTV of Phytoplasma, zie ook onderstaande foto’s 1, 2, 3 en 4. De necrotische plekken nemen tijdens de bewaring toe en dit wordt versneld indien de bewaartemperaturen hoger zijn. Zo is het mogelijk dat bij de oogst nog niks zichtbaar is, maar tijdens het sorteren ineens bruine plekken in knollen aanwezig zijnAfbeeldingPAMV4.AfbeeldingPAMV2

AfbeeldingPAMV1

 

 

 

 

 

 

 

 

Het virus behoort tot de familie van de potexvirussen, waarin onder andere ook PVX, TVX en PlAMV toe behoren. Het virus wordt op non-persistente wijze door bladluizen overgebracht, voornamelijk de groene perzikluis, maar kan ook door contact worden overgebracht door bijvoorbeeld kleding, werktuigen en van plant tot plant. Bij de verspreiding van plant naar plant is de hulp van een helpervirus nodig. Deze helpervirussen blijken voor PAMV altijd afkomstig te zijn uit de familie van de potyvirussen, voorbeelden hiervan zijn PVY en PVA.
Mocht u twijfelen of er in een knol sprake is van PAMV of een ander virus kunt u deze hierop laten onderzoeken bij HLB.

72 ap476439.jpg

PlantCheck is een handig hulpmiddel bij het stellen van een snelle diagnose van ziekten, plagen en gebreken. Met PlantCheck fotografeert u symptomen op een plant, bol, wortel of stengel van akkerbouw- en bloembolgewassen. De foto wordt met GPS coőrdinaten verstuurd naar HLB. Onze experts geven op basis van de foto een eerste indicatie van het mogelijke probleem. Om u zo goed mogelijk te kunnen helpen is een scherpe en gedetailleerde foto nodig.
PlantCheck is geschikt voor iPhone, iPad en Android en simpel te downloaden via onze website www.hlbbv.nl, www.springg.nl, Google Play Store en Apple App Store.
De App wordt u gratis aangeboden door HLB BV, research and consultancy in agriculture. HLB BV stimuleert actief plant- en bodemgezondheid door onderzoek, diagnose en advies. De ontwikkelde kennis vertalen we in praktische producten met een werkelijke meerwaarde voor de klant.

rhizoAl jarenlang wordt er op veel percelen in het zetmeelaardappelgebied schade geconstateerd door Rhizoctonia. De schimmel overleeft zowel in de grond als op pootgoed in sclerotiën (lakschurft). Het pootgoed kan relatief eenvoudig worden behandeld tegen deze schimmel en een bestrijding is echter lang niet altijd noodzakelijk. Een puur visuele beoordeling is niet mogelijk, sclerotiën is wel te zien met het oog maar de vitaliteit van de schimmel is niet zichtbaar. Telers die een gerichte en economisch verantwoorde behandeling willen toepassen laten monsters van het pootgoed analyseren op zowel de Rhizoctonia-index als de vitaliteit. Wanneer u aan de hand van deze combinatie pootgoed laat analyseren wordt er door HLB een gericht advies gegeven of een knolbehandeling al dan niet noodzakelijk is. Er is al ruim 15 jaar een positieve ervaring met dit product.

Door alleen een knolbehandeling toe te passen is het nog steeds mogelijk dat het gewas wordt aangetast door Rhizoctonia vanuit sclerotiën in de grond. De laatste jaren is een toename te constateren van een grondbehandeling, bij een hoge Rhizoctonia-druk vanuit de grond zijn de ervaringen hiermee vaak positief.
Regelmatig zijn er vragen of een knolbehandeling nog wel noodzakelijk is, als er een grondbehandeling wordt toegepast. Het is gebleken dat knollen vrijwel niet worden behandeld met een grondbehandeling, het middel komt slechts aan één kant op de knol en bovendien in een dusdanig lage dosering dat hier geen enkele werking van mag worden verwacht. Kortom: Rhizoctonia bestrijding op de knollen gaat niet d.m.v. een grondbehandeling. Doe uw voordeel er mee!

Zwaveldepositie

Hoewel aardappelen één van de minder zwavelbehoeftige gewassen is, kan een zwavelgift toch zinvol zijn. Doordat er minder zwavel wordt uitgestoten en de lucht dus schoner wordt, komt er via depositie (neerslag) minder zwavel op de gewassen terecht. Uit proeven van HLB blijkt dat bij het gebruik van zwavelhoudende meststoffen een opbrengstverhoging van enkele tonnen is te realiseren. Ook het afgelopen jaar hebben we zwavelgebrek in de percelen gezien.
Kies zoveel mogelijk voor zwavelhoudende meststoffen. Bij het gebruik van 100 kg kalisulfaat of 100 kg patentkali wordt er al meer dan 40 kg zwavel gegeven, wat voldoende is voor aardappelen en granen. De zwavel die in organische mest zit is slechts beperkt werkzaam. De oorzaak hiervan is dat het door middel van mineralisatie beschikbaar komt. Dit is hetzelfde proces als de mineralisatie van stikstof. Door afbraak van organisch materiaal komen stikstof en zwavel vrij. Dit gebeurt echter pas wanneer de bodemtemperaturen oplopen en daarom komt zwavel pas later in het seizoen beschikbaar.

Laatste Tweets

HLBbv RT @InnovatieVeen: STOPPEN ÓF FLINK GAS GEVEN?! Volle zaal tijdens de bijeenkomst beheersing van AM in zetmeelaardappelen. De presentaties…
HLBbv RT @AnnieSchreijer: Gisteravond goede Brusselse #landbouwborrel met bestuurders Noordelijke Provincies @HetSNN, aan innovatieve bedrijven g…

 

 

© 2012 - Designed by CommPro Automatisering