• hlb_03

    hlb_03

  • hlb_04

    hlb_04

  • hlb_01

    hlb_01

  • hlb_02

    hlb_02

Zwaveldepositie

Hoewel aardappelen één van de minder zwavelbehoeftige gewassen is, kan een zwavelgift toch zinvol zijn. Doordat er minder zwavel wordt uitgestoten en de lucht dus schoner wordt, komt er via depositie (neerslag) minder zwavel op de gewassen terecht. Uit proeven van HLB blijkt dat bij het gebruik van zwavelhoudende meststoffen een opbrengstverhoging van enkele tonnen is te realiseren. Ook het afgelopen jaar hebben we zwavelgebrek in de percelen gezien.
Kies zoveel mogelijk voor zwavelhoudende meststoffen. Bij het gebruik van 100 kg kalisulfaat of 100 kg patentkali wordt er al meer dan 40 kg zwavel gegeven, wat voldoende is voor aardappelen en granen. De zwavel die in organische mest zit is slechts beperkt werkzaam. De oorzaak hiervan is dat het door middel van mineralisatie beschikbaar komt. Dit is hetzelfde proces als de mineralisatie van stikstof. Door afbraak van organisch materiaal komen stikstof en zwavel vrij. Dit gebeurt echter pas wanneer de bodemtemperaturen oplopen en daarom komt zwavel pas later in het seizoen beschikbaar.

Nu de vorst weer uit de grond is heeft u weer de mogelijkheid om grondmonsters te steken.
Wanneer u het risico op aaltjesschade in een gevoelig gewas wilt beperken is het nu de beste tijd om een aaltjesmonster te steken. U kunt hierbij de bemonstering op vrijlevende aaltjes en aardappelcysten combineren. Aan de hand van de uitslag kunt u zien welk risico u loopt met het beoogde gewas of ( bijvoorbeeld bij aardappels) welk ras u wilt telen met welk teeltdoel.

Bemestingsmonster
We zien regelmatig percelen met kalium, magnesium, mangaan, borium en zwavel gebrek. Het is verstandig om regelmatig bij het bemestingsonderzoek de sporenelementen mee te nemen. Deze elementen nemen in belang toe. In het verleden is hier minder aandacht voor geweest maar doordat de N ruimte op veel bedrijven beperkt is komen tekorten steeds vaker voor. Door het verminderde aanbod van NO3- aan de plant worden veel sporenelementen minder opgenomen.

Veldleeuwerik Drenthe
Dit jaar zijn er drie regiogroepen van start gegaan in Drenthe. Inmiddels zijn er regiobijeenkomsten geweest en zijn er duurzaamheidsplannen opgesteld bij deelnemende telers. Voor het komende jaar wordt een verdere opschaling verwacht binnen de huidige gebieden maar ook daarbuiten. Geert Horlings is als commercieel teelttechnisch adviseur werkzaam bij HLB en geaccrediteerd als Veldleeuwerik adviseur.

 

Veldleeuwerik adviseur.
De adviseur heeft als taak de ondernemer te ondersteunen bij het maken van het duurzaamheidsplan. Dit doet hij door thuis aan de keukentafel met de teler in gesprek te gaan over zijn manier van denken en handelen. Hij probeert door te prikkelen en te spiegelen een beeld van de ondernemer te vormen en hem te stimuleren om op een andere manier naar bepaalde zaken te kijken. Het zijn vaak geanimeerde gesprekken en omdat iedere ondernemer andere zaken belangrijk vindt hebben de gesprekken altijd een andere inhoud. Daarnaast is de problematiek in de regio’s zeer divers, verschillen in bijvoorbeeld grondsoort, aaltjesproblematiek, bodemvruchtbaarheid en vermarkting van producten zijn groot tussen de regio’s. Door deze verschillende elementen is het opstellen van een duurzaamheidsplan niet alleen voor de teler een uitdaging maar ook voor de adviseur.

 

Ervaringen van telers
Een teler van het eerste uur geeft aan dat het nog steeds boeiend en uitdagend is, ook na 10 jaar deelname aan Veldleeuwerik. Hij voelt zich uitgedaagd en vraagt dit ook van de adviseur om hem uit te dagen, te inspireren en te stimuleren om buiten zijn eigen denkkaders te treden. “Ik vind het iedere keer weer spannend om geprikkeld te worden door mijn adviseur en mijn collega’s”.

 

Duurzaamheidsplan
In het plan geeft de ondernemer aan waar hij met zijn bedrijf naar toe wil. Dit is voor iedereen anders en dat is één van de sterke punten van de Veldleeuwerik systematiek. Hij is hierbij zelf verantwoordelijk hoe hij zijn visie wil verwezenlijken en welke acties hij wil gaan uitvoeren. Deze acties bespreekt hij met collega’s tijdens een regiobijeenkomst waar ook de adviseur aanwezig is. Het is één van de taken van de adviseur om de acties goed op papier te krijgen zodat deze voldoende concreet zijn.

Tot slot nog wat informatie over de Veldleeuweriksystematiek: http://www.veldleeuwerik.nl/public/upload/pdf/duurzaamheid-in-eigen-hand.pdf

Het aantal percelen met aantoonbaar schadelijke aaltjes is de afgelopen 10 jaar met 10 tot 20% uitgebreid. Dat zegt Egbert Schepel, onderzoeker aaltjes akkerbouw bij HLB, op basis van bij HLB onderzochte grondmonsters. "De toename is geleidelijk, maar is zichtbaar in alle soorten schadelijke aaltjes. Daarmee is grondonderzoek en aaltjesbeheersing in de akkerbouw geen luxe, maar noodzaak.

 

Lees het originele artikel in Aanpakken! jan 2013

Aaltjes zijn een lastig en complex probleem, dat door de akkerbouwer nog te vaak wordt onderschat. Iedereen heeft aaltjes op zijn percelen, maar in de regel wordt er pas actie ondernomen als er schade is. Het advies is juist om preventieve maatregelen te nemen. Boeren moeten eerder bij hun adviseur aan de bel trekken, om schade door aaltjes te voorkomen.

 

Lees hier het originele artikel

 

 

Laatste Tweets

HLBbv RT @Boerenbusiness: Minister Schouten gaat haar best doen voor de voortzetting van Stichting @StVeldleeuwerik. #akkerbouw https://t.co/R3E5
HLBbv RT @Dacom: Wil jij aan de slag met loofdoden op basis van satellietbeelden? Neem dan deel aan onze precisielandbouwstudiegroep! Klik hier h…
HLBbv Met het hart op de juiste plaats en overweldigende steun van burgers heeft landbouw in verbondenheid vandaag laten… https://t.co/oE5rUFudCJ

 

 

   
© 2012 - Designed by CommPro Automatisering