• hlb_03

    hlb_03

  • hlb_04

    hlb_04

  • hlb_01

    hlb_01

  • hlb_02

    hlb_02

HLB bezocht het symposium van the European Society of Nematologists van 23 t/m 27 september in Adana (Turkije). Gedurende de 4 dagen zijn op het congres zeer interessante workhops, lezingen en postersessies gehouden op nematologisch en moleculair gebied.

O.a. aardappelcystenalen, bietencystenalen en Meloidogyne spp. waren belangrijke topics.

 

Aandachtspunten bij het poten

  • Vlakke grond.
  • Vochtige grond. Zeker bij droogte in het voorjaar, zoals de laatste paar jaar het geval was, zijn de verschillen in opkomst erg groot.
  • Voldoende losse grond.
  • Geen verdichting onder de poter. Dit is zeer nadeling voor de beworteling.
  • Voldoende pootgoed. Controleer op ieder perceel de pootafstand door schijven op te trekken. Let tevens op de regelmaat van de pootafstand en pas eventueel de rijsnelheid aan.
  • Scherpe pootgeul. Bij slijtage aan de geulentrekkers is de geul niet scherp meer. Hierdoor rollen knollen minder gauw door, waardoor de pootafstand regelmatiger wordt.
  • Rijsnelheid. Bij een te hoge rijsnelheid wordt de pootafstand onregelmatig. Bovendien wordt de kans op missers groter.
  • Pootdiepte. Stelregel is bovenkant knol gelijk met maaiveld. Poot op droogtegevoelige percelen iets dieper.
  • Weinig grond op de knol. Streef naar 2-3 cm grond op de poter.
  • De vorm en uniformiteit van de ruggen. Let op de kwaliteit van de ruggen. Maak de ruggen niet te spits en zorg dat de ruggen onderling uniform zijn.
  • Druk de rug goed aan. Een stevige rug is positief voor de beworteling. Bovendien warmt de grond beter op. Bij een goed aangedrukte rug is de opkomst sneller en regelmatiger
  • Directe rugopbouw is goed mogelijk mits de pootgoedkwaliteit dit toe laat.

Belangrijk bij het poten van aardappelen is dat de poters niet gaan rollen in de pootgeul. Hierdoor ontstaat er o.a. een onregelmatige pootafstand. Naast het aanpassen van de rijsnelheid is ook een scherpe pootgeul van belang. De geulentrekkers kunnen ongemerkt behoorlijk slijten, waardoor deze geen scherper geul meer maken. Controleer dit bij uw eigen machine en vergelijk dit zonodig met machines van b.v. uw collega’s. Meestal kunnen de geulentrekkers eenvoudig weer worden verbeterd. 

Granulaten kunnen in aardappelen worden ingezet om schade door aaltjes tegen te gaan. Naarmate het organische stofgehalte lager is, is de kans op schade door aaltjes hoger. In die gevallen is een granulaatbehandeling eerder rendabel. Voor AM geldt dat bij een hogere pH er eerder schade optreedt. Wellicht geldt dit ook voor andere aaltjessoorten, maar hier zijn geen onderzoeksresultaten van bekend. M.b.v. een actueel aaltjes onderzoek en het Totaal granulaatadvies Zetmeelaardappelen van HLB kan een optimale dosering worden geadviseerd. Hoe moet ik granulaten toepassen?

 

Bij een rijenbehandeling moet het granulaat ± 15-20 cm breed worden verstrooid en moet ongeveer 75% van het middel in de pootgeul worden gestrooid. Dien een volvelds granulaatbehandeling zo kort mogelijk voor het poten toe. Granulaten hebben een beperkte werkingsduur. De werkingsduur gaat in vanaf het moment van toediening, niet vanaf het moment van poten. Verdeel het middel zo goed mogelijk door de bouwvoor. Bouwvoordiep inwerken met een roterende spitmachine heeft hierbij duidelijk de voorkeur.  

Uit sommige bemestingsanalyses blijkt dat de pH van het perceel te laag of te hoog is.

 

Te lage pH:

Als er nog geen bekalking is uitgevoerd, dat is het verstandig hier zo spoedig mogelijk iets aan te doen. Vooral als hier het komende jaar suikerbieten of gerst wordt geteeld. Suikerbieten en gerst zijn namelijk het meest gevoelig voor opbrengstschade als gevolg van een te lage pH. Voor de teelt van aardappelen is een bekalking niet nodig.

Stel dit uit tot na de teelt. Gebruik in het voorjaar snelwerkende kalkmeststoffen. De werkingssnelheid van een kalkmeststof hangt af van de grofheid van het product en het magnesiumgehalte. Fijne kalksoorten met een laag magnesiumgehalte werken het snelst. Houdt voor zover mogelijk rekening met verschillen binnen percelen. Bemonster eventueel zandkoppen apart.

Een pH verschil van 0.5-1 punt binnen een perceel is normaal. De pH-verhoging na bekalking is op lichtere perceelsgedeelten veel groter dan op gedeelten met veel organische stof.

 

Te hoge pH:

Bij een hoge pH treedt er meer schade op door aardappelmoeheid. Hierdoor is een granulaatbehandeling nodig bij lagere besmettingen. Let bij een hoge pH ook op mangaangebrek. Mangaan-bladmeststoffen in het gewas hebben hier op een goed effect.

Laatste Tweets

HLBbv RT @Boerenbusiness: Minister Schouten gaat haar best doen voor de voortzetting van Stichting @StVeldleeuwerik. #akkerbouw https://t.co/R3E5
HLBbv RT @Dacom: Wil jij aan de slag met loofdoden op basis van satellietbeelden? Neem dan deel aan onze precisielandbouwstudiegroep! Klik hier h…
HLBbv Met het hart op de juiste plaats en overweldigende steun van burgers heeft landbouw in verbondenheid vandaag laten… https://t.co/oE5rUFudCJ

 

 

   
© 2012 - Designed by CommPro Automatisering